Toyisme Takes Over – Toespraak Ben Remkes

Toyism Takes Over – Toespraak Ben Remkes

8 oktober 2017

Mijn achtergrond is kunst in brede zin, meer specifiek beeldende kunst, verder heb ik een ruime interesse in cultuur, ook in spiritueel opzicht. Want, ieder mens heeft meerdere talenten, waarvan over het algemeen maar enkele worden aangesproken.

Toy = spel, toyisme is spelenderwijs?
Een zelf gecreëerde geuzennaam?

Binnen het toyisme verenigen zich een wisselende groep kunstenaars (nationaal en internationaal), die binnen een afgesproken werkwijze, hun werk maken als toyisten. Het gaat om het te maken werk, niet om de expressie van de individuele kunstenaar.

Bij grootschalige ruimtelijke projecten presenteren zij zich gemaskerd, anoniem. Je zou kunnen zeggen: Achter het masker zijn zij toyisten, achter het masker vandaan zijn zij en werken zij als zelfstandige beeldend kunstenaar, die misschien zelfs wel heel andere kunst maken.

Anoniem, een modeverschijnsel, of een terug naar de Vroeg Christelijke- of Romaanse kunst (rond 800 na Chr.). De kunstenaars in die tijd werkten als ambachtsman (anoniem) aan opdrachten van de Rooms-Katholieke kerk of voor Keizer of Koning. Die kunst riep op tot meditatie en verering.

Helaas kan ik niet uit hun manifest citeren, omdat dit manifest pas over 25 jaar in 2043 openbaar wordt gemaakt. Ik zal er dan niet bij zijn!  In hun boekwerken gaat het om de vrijheid van de kunst, de vrijheid van de kunstenaar om een eigen beeldtaal te kiezen, en of te experimenteren.

Toyisme, roept bij mij –en mogelijk ook bij u- de associatie op van de spelende mens, of “Homo Ludens”, zoals de Nederlandse historicus Johan Huizinga dit beschreef in zijn gelijknamige boek uit 1938. Huizinga schreef over het belang van het spel- en speelelement van cultuur en samenleving. Het spel zou –in zijn visie- een noodzakelijke voorwaarde zijn voor het voortbrengen van cultuur.

Of zoals de Nederlandse kunstenaar Constant Nieuwehuis, die het begrip “Homo Ludens” adopteerde en –in zijn visie- de mens zag ontwikkelen naar een creatieve, spelende mens, vrij van werk en van grenzen. De spelende mensen zouden zich bewegen in “New Babylon” een nieuwe architectonische leefomgeving waar iedereen vrij zou zijn om te en staan, waar hij of zij ook maar zou willen. In de jaren zestig werd het concept “Homo Ludens” nieuw leven ingeblazen door de Provo’s en door de Kabouterbeweging.

Over Toyism Takes Over
Vanmiddag zal ik het over mijn indrukken hebben m.b.t. de werken die hier (De Noordelijke Kunsthof, Appingedam) geëxposeerd zijn. Ik ben nog niet op alle 25 locaties geweest waar op dit moment door de toyisten geëxposeerd wordt. Op 25 locaties tegelijkertijd! Is dit een poging een hype te creëren?

Wij zien hier werken allen zeer kleurrijk, vrolijk, maar stil en in zichzelf gekeerd. Ik zal deze werken niet onderbrengen bij een stroming, dat moeten de makers zelf maar doen. Wat mij opvalt is dat in bijna alle werken verscholen symbolen aanwezig zijn., als verborgen verleiders, omdat de verwijzingen sterk versluierd zijn.

Grand Carnaval | Schilderij | Toyisme Kunstbeweging

Grand Carnaval | Schilderij | Toyisme Kunstbeweging

De wirwar en de dwarreling van kleuren laten vormen ontstaan die bij mij een sfeer oproepen van optimisme en een zekere esthetische schoonheid, een droom wereld. Het zijn verhalende werken. Ze willen vertellen, lees daarom ook de bijbehorende tekstbordjes bij de werken.

In de kunst kan Utopia bestaan (de naam van een denkbeeldig land, waar ideale maatschappelijke toestanden bestaan). De Engelse schrijver Thomas More verzon het in 1516. Een Utopia waarin de toeschouwer, u en ik, een droom, misschien zelfs wel de eigen droom verbeeldt ziet. Wij zien abstracties, met herkenbare fragmenten, symboliek of figuratief, er wordt ons iets voorgehouden er wordt een verhaal verteld, of een gecreëerde mythe? Moet het ons charmeren, door vorm en kleurgebruik? Schoonheid in harmonie kan immers ontroering opwekken. Sommige werken zijn melancholische van aard en kunnen gevoelens van troost en geluk aan ons ontlokken.

Bekijk de werken aandachtig , volg de kleurige vormen, de lijnen, de stippen, kijk geconcentreerd, in de stilte van het kijken openbaar zich veel!Elke afbeelding in de werken is via de hand gemaakt, is daardoor altijd veel meer dan enkel een weergave, is altijd een uitdrukking van een ween dat achter de uiterlijke vorm ligt, een zinnebeeld! In het complete werk draagt elke gedeelte een doorleefd mysterie naast zijn fysieke betekenis.

“In de tegenwoordige kunsten zijn vrijwel alle onderlinge grenzen geslecht. En vervagen omkaderingen of afbakeningen. Schermergebieden ontstaan en diepere verbanden kunnen verrassenderwijs aan het licht komen, spannend en vernieuwend/verhelderend, verbanden die eerst niet voor mogelijk werden gehouden worden onderzocht en uitgediept.” Aldus een uitspraak van Gijs Scholten van Aschat, tijdens het Paradiso-debat 2017 op 27 augustus jl. (Gijs Scholten van Aschat is voorzitter van de Academie van Kunsten, onderdeel van de Koninklijke Academie van Wetenschappen).

In de afgelopen 50 jaar die ik kan overzien heb ik vele verschuivingen in de kunsten gezien.
De vele -ismen van de vorige eeuw kwamen op en gingen, sporen achterlatend waarin latere kunstenaars weer aanknopingspunten vonden om nieuwe stromingen te ontketenen. Steeds vrijer, steeds individueler, vaak egocentrischer. Die ons, de toeschouwer, verder op achterstand hebben gezet. L’art pour l’art? Kunst is wispelturig geworden, er is een verstrengeling ontstaan met vormgeving, illustratie, industriële vormgeving, fotografie, film , video, reclame, pop cultuur en immense randgebieden ervan. Nog steeds schemergebieden of allang binnen de kunsten gemeengoed?

Deze uitingen zijn alle menselijke. De eigen individualiteit in dienst stellen van en met meerderen in gezamenlijke projecten werken? Want ondertussen hebben we al wel geleerd, dat het puur individuele en het egocentrische ook z’n grenzen heeft.

Mag kunst alles zijn?
Alles overschrijdend zijn?
Staan wij nog open voor wat kunstenaars, schrijven, beelden, componerend ons anno nu willen duidelijk maken?

Het beleven van kunstuitingen in onze tijd t.o.v. vroeger is meer persoonlijk geworden, de eigen beleving staat centraal. Als toeschouwer zijn wij omnivoren geworden! De creatieve mens, en wie is dat niet?, wil het eigen leven “leven”, en daar uiting aan geven en geen volger zijn. Ik doe mijn werk, maar daarnaast ben ik een vrij mens en doe waar mijn interesses liggen, alleen of met gelijkgestemden vrienden of bekenden.

Als afronding wil ik een werkstuk uit deze expositie naar voren halen en wel “Klokkenkat” van Eiiz. In het bijschrift gaat het over de ‘tijd’ en ‘duur’ ervan.

Ik citeer:
“We houden elke dag elke seconde van de dag bij. Besteed wat uren, minuten of seconden zonder aan de tijd te denken. Het leven is te kort om elke seconde van de dag te tellen.” (einde citaat). De poezen spelen dartel met hun beleving van tijd, blij en ongestoord in hun tijd. Dit werkstuk laat zien hoe tijd vreugdevol en speels kan zijn ook voor ons mensen.

Henri-Louis Bergson (1859-1941), Frans wiskundige en filosoof noemt de tijd als ‘duur’ in tegenstelling tot de kloktijd, namelijk een voortdurend worden. Voorbije momenten geven aan de tegenwoordige ervaring, van elk nieuw ogenblik, de herinnering mee. Juist omdat bij de ervaring van elk nieuw ogenblik een heel verleden mee resoneert, is daardoor geen enkel ogenblik gelijk aan het voorgaande, het is niet de tijd van de klok, maar die van een voortdurend stromen.

Zoals Peter Handke (1942), Oostenrijks dichter en romanticus, in zijn gedicht “An die Dauer” schrijft:

“En toen kon ik het gevoel van duur omschrijven
Als een gebeurtenis van het spitsen van je oren
Een gebeurtenis van je bewust worden
Een gebeurtenis van ingehaald worden
Door wat?
Door een extra zon”.

Ik feliciteer de toyisten met hun tentoonstellingen op de 25 locatieplaatsen. Veel succes!
En voor ons, veel kijkplezier!